Incontinentie: wat is het precies en wie krijgt ermee te maken?
Wat is incontinentie eigenlijk?
Incontinentie betekent dat iemand geen volledige controle heeft over de blaas en daardoor urine verliest. Het kan gaan om enkele druppels bij hoesten of sporten, maar ook om grotere hoeveelheden zonder waarschuwing. Anders dan incidenteel urineverlies is incontinentie een terugkerend probleem, dat aandacht verdient - ongeacht leeftijd of geslacht.
Hoewel er vaak in stilte mee wordt omgegaan, is het een veelvoorkomende aandoening. Zowel vrouwen als mannen kunnen er last van hebben, soms al op jonge leeftijd.
Hoe vaak incontinentie voorkomt bij vrouwen per leeftijdscategorie
Hoe vaak komt incontinentie voor bij vrouwen?
Uit internationaal onderzoek blijkt:
- 12% van de vrouwen tussen 20 en 29 jaar ervaart incontinentie,
- 25% in de leeftijd van 60 tot 69 jaar,
- en meer dan 30% van de vrouwen boven de 80 jaar.
Bij jongere vrouwen is vaak sprake van stressincontinentie, bijvoorbeeld bij sporten, lachen of tillen. Naarmate de leeftijd vordert, zien we vaker aandrangincontinentie of een combinatie van beide vormen.
En bij mannen?
Ook mannen kunnen incontinentie ervaren, al wordt er minder vaak over gesproken. Vooral een overactieve blaas (plotselinge aandrang) komt geregeld voor. De kans neemt toe met het ouder worden.
Na een prostaatoperatie - zoals bij prostaatkanker - kan er urineverlies door inspanning ontstaan. Een aanzienlijk deel van de geopereerde mannen ervaart dit nog maanden later. In een klein percentage van de gevallen is de incontinentie blijvend.
Het kan iedereen overkomen
Incontinentie wordt vaak geassocieerd met ouderdom, maar dat beeld klopt niet volledig. Het kan ook voorkomen bij jonge moeders, na operaties, door medicijngebruik of als gevolg van andere gezondheidsproblemen. Zelfs stress of cafeïne kunnen tijdelijke klachten veroorzaken.
Belangrijk is: praat erover. Incontinentie is behandelbaar. Met de juiste begeleiding en producten kun je je leven leiden zonder schaamte of onzekerheid. Een goed gesprek met de huisarts is vaak de eerste stap naar een oplossing.
